Knaagdierenfokkerij hamstery family

                                                   

 

De Korenwolf
 
 

 

Korenwolf is een Zuid-Limburgse benaming voor onze inheemse hamster,ook wel veldhamster, gewone hamster of Europese hamster genoemd. De Latijnse benaming: Cricetus cricetus.
 
Aan het hamsteren dankt de korenwolf of eigenlijk korenwoof zijn naam. In het Limburgs dialect betekent het woord "woof" namelijk inhalig en koren slaat op zijn voedsel (er is wel eens een burcht uitgegraven met bijna 65 kilogram graan, maar dit is zeer uitzonderlijk). Korenwoof is in de vertaling naar het Nederlands verbasterd tot korenwolf.
 
In het Engels heet de hamster: common hamster, Europeaan hamster of blackbellied hamster. In het Duits: der Feldhamster, der Europaische hamster of Schwarzbauchhamster. En in het Frans: Le hamster d'Europe, Le grand hamster of Le hamster commun.
 
 

Uiterlijk

De korenwolf is een uniek knaagdier met een krachtige bouw. Met zijn korte sterke poten is hij in staat een tot 2,5 meter diep gangstelsel te graven. De korenwolf wordt 25 tot 30 centimeter groot (ongeveer zo groot als een cavia). Lengte neus tot staart 18-27 centimeter, staartlengte 3-7 centimeter, met een gewicht tot 500 gram.

De hamster heeft een oranjebruine vacht. Op zijn kop, hals en nek zitten witte vlekken. De poten zijn wit. Kenmerkend is zijn zwarte buik. Dit is opvallend, want bij de meeste hamstersoorten is de buik lichter dan de rug. Hamsters in Oost-Europa hebben in de regel een geheel zwarte buik. Hamsters in West-Europa hebben bijna allemaal, zonder uitzondering, witte vlekken op de buik.

Het grootste deel van zijn leven brengt de korenwolf onder de grond door. Zijn enigszins spitse kop en snuit, wat iets aan een muis doet denken, is daarbij van groot voordeel.

Als het schemerig of donker is, de tijd waarin de hamster op pad gaat, geeft de kenmerkende en unieke zwarte buik de hamster beschutting tegen de roofdieren van de nacht. Als hij namelijk rechtop staat, gaat hij op in de nachtelijke achtergrond van zijn omgeving. Om te overleven spelen bovendien zijn aangeboren wantrouwen en zijn -niet te onderschatten- vaardigheid om zich te verweren een rol. Voelt hij zich bedreigd, dan kan de hamster zeer agressief reageren.

Ondersoort

De korenwolf die in Nederland voorkomt is een aparte ondersoort van de Europese veldhamster. Dit heeft genetisch onderzoek uitgewezen.

 Deze ondersoort komt van oorsprong ook voor in een deel van België en Duitsland, in lossachtige streken van Leuven bij Brussel tot aan de Rijn bij Keulen. Limburg ligt daar precies middenin, waardoor de Limburgse provincie cruciaal is voor de instandhouding van deze ondersoort.
 

 

 
 

 

 

Voedsel

In het gebied waar de korenwolf leeft moet voldoende voedsel te vinden zijn. De hamster "hamstert" immers grote wintervoorraden bij elkaar om te kunnen overleven iets waar hij de hele zomer mee bezig is. Men heeft wel eens hamsterburchten uitgegraven met 17 kilogram (en meer) voedsel. Gewoonlijk echter verzamelt de korenwolf twee tot vijf kilo voedsel. Zijn wangzakken bewijzen hem hierbij een grote dienst. Hierin brengt hij het gevonden voedsel naar zijn burcht.

De wangzakken gebruikt de korenwolf echter ook -en dat is opmerkelijk- om te zwemmen. Als hij een stroom wil oversteken, blaast hij zijn wangzakken op met lucht om zichzelf makkelijk drijvend te houden.

De korenwolf is een knaagdier dat bijna alles eet, bij voorkeur plantaardig voedsel. Hij heeft een gevarieerd menu nodig van graan, tarwe, rogge of haver, akkerkruiden en wilde planten. Van jonge graanplanten eet de hamster de ondergrondse delen en later de rijpe korrels. Hij klimt zelfs in maïsplanten en zonnebloemen. Van akkerkruiden, zoals de klaproos, de paardebloem, de melkdistel, de weegbree en het herderstasje eet hij het malse groen, de wortels of de zaden. Ook lust hij bieten , aardappelen, fruit en noten.

Naast dit plantaardig voedsel eet de hamster ook insecten, egenormen, kleine zoogdieren, kikkers en slakken.

 
De Hamsterburcht
 
 

 
 
 

 

 

 

 

De korenwolf leeft in akkers en steppes in een ondergrondse burcht, welke hij netjes en schoon houdt. Opvallend is, dat geen enkele burcht gelijk is. Dit heeft te maken met de leeftijd. Hoe ouder de hamster wordt, hoe groter en ingewikkelder de burcht wordt.

De hamster graaft zijn burcht op plekken waar hij geen grondwateroverlast verwacht.

Bouw

Bouw begint met een schuine looppijp. langs deze pijp werkt de hamster alle vrijkomende grond naar buiten. Rond de uitgang ontstaat zo een stortberg. Deze looppijp is echter niet de standaard in- en uitgang voor dagelijks gebruik. De burcht wordt daarna verder uitgebouwd met kamers en twee of drie looppijpen.

Ook graaft de hamster van binnenuit, loodrecht omhoog, 1 of meer valpijpen, waar deze, zoals de naam al aangeeft, zich laat vallen als er bijvoorbeeld gevaar dreigt.

De uitgangen van de looppijpen en de valpijpen zijn goed herkenbaar: ze zijn mooi rond met een doorsnede van zes tot acht centimeter.

Een (of meer) van de kleinere doodlopende zijgangen wordt door de hamster als toilet gebruikt.

De burcht heeft nest (wat de vrouwtjes betreft)/slaap- en voorraadkamers. De slaapkamer wordt met gras "gestoffeerd".

De kamers die de korenwolf inde lente, zomer en herfst gebruikt, liggen op ongeveer dezelfde diepte. Tijdens de wintermaanden kan de hamster in een dieper gelegen vorstvrij deel van de burcht wonen, waar zich ook voorraadkamer(s) bevinden.

In Nederland ligt de burcht meestal op een diepte van een halve tot een meter. In strengere winters net als in Oost-Europa tot twee meter. In Nederland zijn gangstelsels van ruim vijf meter lengte gevonden. In Oost-Europa zijn gangstelsels van tientallen meters niet ongewoon.

De korenwolf leeft gewoonlijk alleen in de burcht, omdat het een solitair levend dier is.
 

 
 
 

 

Territorium

Korenwolf verwijdert zich niet meer dan enkel honderden meters van de burcht. Het territorium rondom de burcht is slechts enkele tientallen vierkante meters groot. Daar duldt hij geen indringers.

 
Winterslaap
 
In Nederland gaat de korenwolf in oktober/november,als de temperatuur in de winterburcht een meter diep onder de grond, beneden de tien graden daalt, in winterslaap. Hartslag en ademhaling worden trager en zijn lichaamstemperatuur, die normaal 32 graden is, daalt tot ongeveer die van de omgeving. De pijpen van de burcht zijn van binnenuit dichtgestopt met aarde.

Een dag of vijf blijft de hamster zo opgerold en verstijfd liggen. Dan wordt hij wakker om een hapje te eten. In de winterburcht zijn voorraadkamers, waar de hamster wel zes kilo granen, peulvruchten en andere zaden kan opslaan. Hij eet wat van zijn voorraad doet zijn behoefte in de poepkamer, een van de kleinere doodlopende zijgangen, en slaapt daarna weer verder. Zo gaat het de hele winter door. Volwassen mannetjes gaan als eerste in de winterslaap, dan de volwassen vrouwtjes en tot slot de jonge dieren uit het laatste nest.

Alleen als het wat warmer wordt, steekt de hamster soms even zijn snuit boven de grond. Het wachten is nu op de lente. Eind maart/begin april, als de winterslaap eindigt, bij een buitentemperatuur van vijf tot tien graden, gaat de hamster"het"weer doen. 

Ook buiten de winter is de korenwolf een echte slaapkop: ongeveer 20 uur per dag huist hij in zijn burcht. Alleen in de late avond of vroege ochtend komt hij naar buiten om te eten.

 
Verspreiding
 
De korenwolf is van oorsprong een dier van de steppe. In Oost-Europa komt het dier nog in grote aantallen en dichtheden voor. Hoe meer naar het westen, hoe gefragmenteerde de verspreiding en hoe lager de dichtheden. In Duitsland, Oostrijk, de Benelux en Frankrijk leeft de hamster in loss gebieden in van elkaar gescheiden populaties. Volgens wetenschappers telt een duurzame hamsterpopulatie minimaal 200 dieren. Waarschijnlijk zijn alle West-Europese hamsterpopulaties kleiner dan dit minimum.

 

 
 
 

 

 

De Korenwolf in Nederland

Van oudsher komt de hamster in Nederland voor op leemhoudende gronden(loss), die bijna uitsluitend te vinden zijn in Midden- en Zuid-Limburg. De hamster was in 1970 nog niet in zijn voortbestaan bedreigd. De stand was toen al jaren in een neerwaartse trend.

Na 1970 echter raakte de soort gaandeweg zeer veel leefgebied kwijt. Resterende leefgebieden gingen in kwaliteit achteruit en raakten meer en meer van elkaar geïsoleerd. Uit onderzoek blijkt dat de soort feitelijk uitgestorven is. Een fokprogramma en de vorming van reservaten zijn de uiterste middelen om de soort voor Nederland te behouden.
 
Historie van de verspreiding: twee theorieën

De gangbare theorie is dat de hamster in een koudere periode,zo'n vijf- tot vierduizend jaar geleden, via Rusland naar het westen is vertrokken. In die tijd vormde de Noord-Europese laagvlakte een aaneengesloten steppe of toendra. Ook in Engeland, toen nog geen eiland, hebben onderzoekers botten van hamsters gevonden.

Later werd het klimaat warmer en de Noord-Europese laagvlakte raakte bebost. De hamster zou hebben overleefd in de akkers van de eerste landbouwers op vruchtbare loss bodems. Historisch gezien is dit niet onmogelijk.

Een andere theorie stelt dat tijdens het opwarmen van het klimaat, duizend jaren geleden, West-Europa bebost raakte en de hamster er verdween. Vervolgens is de hamster eerst hooguit eeuwen geleden, maar hoogstwaarschijnlijk in de 19de eeuw weer in West-Europa beland. Het dier kan met graantransporten of anderszins meegevoerd zijn. Her en der vond het dier in West-Europa een geschikte cultuursteppe (vooral dus kruidenrijke graanakkers op loss bodems) waar het goed toeven was.

Deze laatste theorie valt te ondersteunen met historische documenten. Van veel diersoorten wordt in historische geschriften melding gemaakt, zeker als deze soorten plagen veroorzaken, een gevaar voor de mensen vormen of nuttig zijn.

Verspreiding in Nederland

Rond 1970 was de hamster in aantal en verspreiding al geleidelijk achteruitgegaan; de soort was toen evenwel niet acuut in zijn voortbestaan bedreigd.

In 1994 constateren onderzoekers dat tussen 1970 en 1993 een sterke achteruitgang plaatsvond, zowel in verspreiding als in dichtheid. Het aantal hamsterburchten is in 1994 minder dan 100. In bijna de helft van de kilometerhokken (en kilometerhok is gelijk aan 100 hectare) treffen zij slechts een enkele hamsterburcht aan. De resterende hamsters zijn verspreid over meerdere locaties, die geisoleerd van elkaar liggen.

Er is op dat moment totaal geen sprake meer van enige populatie van 200 of meer hamsters. Het aantal van 200 per populatie is volgens wetenschappers minimaal nodig om duurzaam voortbestaan te garanderen.

In de periode 1994-1997 is de toch al schamele hamsterstand verder gedaald. In 1994 waren er nog 17 verspreid liggende restpopulaties. In 1998 worden op nog slechts vier verschillende plekken in Limburg hamsters geconstateerd. Het gaat daarbij om slechts enkele burchten.

Das&Boom monitorde sinds enkele jaren de restpopulatie nabij Heer (ten westen van Maastricht. Eind 1998 kon daar nog maar van vijf burchten worden vastgesteld dat er hamsters in winterslaap gingen. In het voorjaar van 1999 kwamen de hamsters bij Heer uit hun winterslaap. Twee van de vijf burchten bleken al snel onbewoond; wat er met deze dieren was, was op dat moment onbekeken. En hamster werd door een Das&Boom-medewerker overdag in het veld gewond -wellicht door een hond gegrepen?- aangetroffen. De akkers vormen namelijk een favoriete honden uitlaatplaats. Das&Boom kreeg toestemming voor het vangen en opvangen van de drie korenwolven uit Heer.

De overheid bleek een aantal boeren in Midden-Limburg financieel tegemoet te komen voor vermeende hamsterburchten. Das&Boom stelde namelijk vast, dat het om holen van woelratten ging. Van enige aanwezigheid van hamsters was in Midden-Limburg geen spoor.

In de nazomer van 1999 vindt er wederom een grote inventarisatie plaats. Uiteindelijk vindt men slechts 23 hamsterburchten, te weten op de locaties Heer(13) Amby(9) en Ubachsberg-zuid(1). De overheid verzuimt de burchten bij Ubachs-zuid en de burchten bij Amby krachtdadig veilig e stellen. Binnen twee weken na de vondst blijken de burchten omgeploegd en vindt er nadien geen herstel door hamster meer plaats.

De burchten nabij Heer liggen bijna allemaal in percelen die hamstervriendelijk worden beheerd door de Waterleiding Maatschappij Limburg en door enkele boeren.

Met vergunning van de overheid en instemming van de collega-organisaties Natuurmonumenten, Natuur&Milieu en Milieudefensie, vangt Das&Boom de overige hamsters bij Heer.

In totaal zijn er 1999 dus 15 hamsters gevangen. Uitgebreid onderzoek door de Britse deskundige M.Jordan (oktober 1999) wijst uit dat al deze dieren hoogstwaarschijnlijk nauw aan elkaar verwant zijn, gezien de uiterlijke tekenen van inteelt en de leeftijdsopbouw. Jordan neemt haarmonster voor diepgaand genetisch onderzoek.

Waarschijnlijk hebben de twee dieren, die in het voorjaar niet werden gevonden, twee nesten geworpen. De jongen van het tweede nest waren in een zodanige conditie, dat zij volgens Jordan in het wild niet de winter zouden overleven. De overlevingskansen in gevangenschap slaan Jordan en andere deskundige veel hoger aan. Jordan fokt sinds jaren zelf hamsters, met veel succes. Bovendien is hij lid van de Internationale Union for the Conservation of Nature and Naturel Resources(IUCN).

De IUCN heeft regels opgesteld voor fokprogramma's en herintroductie van dieren in het wild.

Van de gevangen hamsters blijkt er een oud en ziek; het dier komt te overlijden. In het najaar van 1999 gaan 14 hamsters in gevangenschap in winterslaap.

Het is nog onbekend of er nog een of enkele hamster in Limburg in het wild voorkomen.

 
Bedreigingen in Europa
 
In vrijwel alle Europese landen staat de hamsterpopulatie onder min of meer grote druk. In West-Europese landen is een groot aantal hamsterpopulaties inmiddels uitgestorven. De resterende populaties zijn vrijwel zonder uitzondering te klein om duurzaam te kunnen voortbestaan. De oorzaken liggen in eerste instantie vooral in de moderne agrarische bedrijfsvoering met hun nieuwe landbouwtechnieken (zware machines, diep ploegen en onkruidverdelgers). Voor kleine hamsterpopulaties (of relictpopulaties) kunnen planologische ontwikkelingen of andere lokale factoren, die de oorspronkelijke leefgebieden vernietigen, desastreus zijn.

Oorzaken achteruitgang

Wat bedreigt de hamster in zijn voortbestaan?

*de veranderende landbouw

In grote lijnen zijn de deskundigen het wel eens. De oorzaken liggen in de veranderende landbouw. Vroeger groeiden er tussen het graan en andere gewassen vele akkeronkruiden. En bij de oogst bleef er een massa graankorrels achter. Tegenwoordig vernietigen bestrijdingsmiddelen alles wat een maximale opbrengst in de weg staat. En tijdens de oogst blijft er niets meer achter.

Vroeger gebruikte de boer een paard met een lichte ploeg; de oogst ging met de zeis of later , met een simpele machine. De moderne tractoren met diepe ploegen, de enorme combines en zware vrachtwagens beschadigen de hamsterburchten. Zeker diepploegen (40 centimeter o meer) kan een hele burcht met zijn bewoner vernietigen. Als er nog maar zo weinig burchten zijn als in Nederland, Duitsland of België, is elke beschadiging, verontrusting of vernietiging er een te veel.

Vroeger waren de landbouwkavels gemiddeld kleiner. De hamsters vonden meestal op korte, makkelijk beloopbare afstand verschillend gewassen, zoals stoppelknollen, lucerne, graansoorten,klaver, aardappelen, enzovoorts. Bovendien waren er het hele jaar door gewassen, akkeronkruiden, bermen en akkerranden die dekking boden.

Tegenwoordig ijn de kavels veel groter en worden er minder verschillende gewassen verbouwd.

Sommigen veronderstellen dat specifieke landbouwgiffen negatief uitwerken op de vruchtbaarheid van de hamster.

*planologische en andere lokale oorzaken

Zeker in de dichtbevolkte en zeer welvarende West-Europese landen is in de afgelopen decennia veel hamsterleefgebied verloren gegaan. Huizenbouw, aanleg van industrieterreinen, dag- en mijnbouw, ontgrondingen, wegen en verkeer legden daar beslag op
 

 
 
 

 

 

 

Zeker als een hamsterpopulatie teruggebracht is tot een kleine aantal in een zeer beperkt gebied, worden andere dan landbouwkundige oorzaken zwaarwegend. Zo is nabij Gottingen het relict van een hamsterpopulatie bedreigd door de bouw van een laboratorium; het kleine leefgebied(circa 20 vierkante kilometer) van de laatste Franse restpopulatie, nabij Straatburg, lijdt onder voortdurende verstedelijking en her is zeer versnipperd door wegen. bovendien staan de resterende hamsters bloot aan moedwillige verstoring en vernietiging: in Nordrhein-Westfalen is zeer veel hamsterleefgebied reeds verloren gegaan aan verstedelijking en door de immense bruinkoolwinning. Op dit moment wordt er in de Kreis Heinsberg een veronderstelde laatste restpopulatie bedreigd door de aanleg van een weg.

*het ontbreken van hamsterbeschermend beleid

Het jarenlang ontbreken van daadwerkelijk hamsterbeschermend beleid is dus ook een grote oorzaak. Reeds vele jaren geleden gesloten internationale natuurbeschermingsverdragen hebben niet geleid tot krachtdadig beleid.

De Nederlandse overheid (onwil) laat zich aan de hamster (en andere bedreigde diersoorten) weinig gelegen liggen. Dit is ook te zien in België en Duitsland. Terwijl in Nederland Das&Boom met een fokprogramma probeert de korenwolf van de ondergang te redden, zijn de overheidsinstanties van onze oosters- en zuiderburen nog aan het tellen! Dit heeft tot nu niet veel meer dan 10 tot 20 burchten hamsters opgeleverd. En dat terwijl de landbouwtechnieken in onze buurlanden het zelfde zijn als in Nederland. Ze kunne op hun vingers natellen dat het ook daar bijna gedaan is met de korenwolf. De Belgische en Duitse overheden hebben het Nederlands ministerie van Natuurbeheer inmiddels laten weten niet mee te willen doen aan een fokprogramma. Van enig doortastend optreden is in beide landen dus niets te merken. Ze riskeren, net als Nederland, een berisping van de Europese commissie.

In meerder West-Europese landen zien natuurbeschermers zich genoodzaakt tot verzet tegen lokale aantastingen om te voorkomen dat de soort definitief uitsterft. Dit verzet stuit vaak op onbegrip in de publieke opinie. De pers besteed alleen aandacht aan de actuele incidenten. De achterliggende oorzaken blijven onderbelicht. 

 

Voortplanting
 
 

 

 
 

 

Voortplanting in het wild

De korenwolf  plant zich voort van april tot augustus. Voor het mannetje duurt deze bronstijd de gehele zomer.

Vanaf begin april komt het mannetjeshamster het territorium van de vrouwtjeshamster binnen om zijn geurvlaggen af te zetten rond de burcht van het vrouwtje. Vaak is hij in hevige gevechten met andere mannetje(s) verwikkeld (geweest) om het vrouwtje. Dan gaat hij de burcht van het vrouwtje binnen. Hier moet hij echter voorzichtig te werk gaan: hij moet haar verhinderen te vluchten, haar agressie beteugelen en haar begeerte opwekken. Dit kost veel tijd, veel gesnuffel, voorzichtig snuitgeduw, vele malen loos alarm en allerlei schijnbewegingen. Uiteindelijk begint het mannetje te snuiven en met zijn tanden te knarsen, wat soms door het vrouwtje beantwoord wordt.

Als het vrouwtje paringsbereid is kan de paring plaatsvinden. Dit gebeurt binnen de burcht. Na een of twee dagen keert het mannetje weer terug naar zijn eigen burcht (hij wordt door het vrouwtje de deur uitgezet). De Korenwolf leeft immers solitair en alleen tijdens het paren zijn een mannetje en vrouwtje samen. In alle andere gevallen zal het vrouwtje het mannetje niet lang in haar burcht accepteren.

Na een draagtijd van 18 tot 21 dagen, worden de jongen geboren. Ze zijn blind en naakt en volledig aangewezen op de moeder. Aangezien ze echter maar acht tepels heeft, worden de overige jongen opgegeten,als de melkproductie te gering is, voordat ze verhongeren. De jongen wegen zes tot 10 gram en worden bij gevaar door de moeder in haar wangzakken in veiligheid gebracht.

Naarmate ze ouder worden knabbelen de nog blinde hamsterjongen na een week al aan het (groen)voer dat de moeder in de burcht heeft gebracht. Na twee weken zijn ze dicht behaard en gaan de oogjes open. Na drie tot vier weken worden de jongen gespeend ( de moeder jaagt de jongen de burcht uit) en verlaten ze de bouw. Ze zijn dan zo groot als een veldmuis en geheel op zichzelf aangewezen. Als ze acht tot twaalf weken zijn, zijn de jongen volgroeid.

Het vrouwtje is na twee tot drie maanden geslachtsrijp; het mannetje na twee maanden. Pas na hun eerste winter zullen ze zich in de regel pas echt voortplanten.

Het vrouwtje heeft 2 tot 5 worpen per jaar met ongeveer 4 tot 16 jongen.

De jongen uit de tweede en overige worpen maken echter minder tot geen kans, afhankelijk van de tijd waarop ze de burcht van de moeder verlaten, om te overleven.

Dit heeft te maken met de oogsttijd.

Het is mogelijk dat het vrouwtje vlak na de geboorte van haar jongen weer zwanger wordt. De draagtijd loopt dan op tot 37dagen

Voortplanting in gevangenschap

Das&Boom is erin geslaagd de korenwolven met succes voort te planten. De angst bestond dat de hamsters niet succesvol konden paren door hun nauwe onderlinge verwantschap. Deze angst bleek ongegrond. Op maandagavond 29 mei 2000 is de eerste korenwolf bevallen. Inmiddels zijn er 34 jong korenwolfjes geboren (stand 6 september 2000)

Een weergave van het verslag:

Hiervoor zijn er speciale "fokkratten" gemaakt. Tussen elke twee kratten loopt een pijpje dat afsluitbaar is. In de ene krat woont een mannetjeshamster en in de andere krat woont een vrouwtjeshamster. Allebei in een omgekeerde bloempot. Om de vier dagen is her vrouwtje loops. En dat zie je aan het gedrag van de dieren: het mannetje wordt niet weggejaagd door het vrouwtje.

"s Nachts wordt het pijpje geopend en kunnen de dieren bij elkaar komen (hamsters zijn immers nachtdieren). Dan rennen de hamsters veel achter elkaar aan. Meestal rent het mannetje achter het vrouwtje aan, maar soms ook andersom als het mannetje het laat afweten.

Krijgt het vrouwtje echt zin, dan gaat ze wat langzamer lopen. Het mannetje klimt dan met zijn voorpootjes op haar rug. Dat wil niet zeggen dat het vrouwtje dan blijft stilstaan. Een polonaise is her gevolg. Als het vrouwtje uiteindelijk stil staat vindt de echte paring plaats. Het mannetje klimt helemaal op haar rug, waardoor ze door hun ronde vorm soms samen omvallen. Maar na een paar keer oefenen gaat het toch wel een keer goed.

Na de paring wassen ze zich allebei uitvoerig. Als ze elkaar wassen, dan vinden ze elkaar echt aardig! Hierna gaan ze stoeien, spelen en samen slapen. Na deze nacht worden de dieren weer gescheiden. De kans is immers groot, dat het vrouwtje na de paring het mannetje niet meer accepteert en doodbijt.

Na vier dagen begint de boel weer van voor af aan, totdat het vrouwtje niet meer loops wordt. Dat is te merken als, na het openen van het verbindingspijpje, het vrouwtje het mannetje absoluut niet meer accepteert. Ze begint te blazen en met haar tanden te klapperen. Sommige mannetjes laten zich niet zo makkelijk afschrikken en dringen toch de bloempot binnen. En dan is het vechten geblazen. Een koude douche met de plantenspuit is meestal voldoende om ze te doen stoppen met vechten.

Als een vrouwtje niet meer loops wordt, dan is de kans groot dat ze zwanger is. Ze wordt dan apart in een "kraamkrat" gezet. Daarin ligt veel hooi, waarmee het vrouwtje een nest kan maken. Op de achttiende dag na de bevruchting wordt er een microfoon boven de krat gehangen. Hamstermoeders mogen namelijk niet gestoord worden.

Als de eerste piepjes gehoord worden, dan is de paring echt en succes geweest.

Het fokprogramma loopt tot eind juli. Da paartijd van de hamster is namelijk eind juli afgelopen. Het aantal jongen dat tot nu geboren is, is voldoende om het fokprogramma voort te zetten. Ook vormen deze jongen het begin van een nieuwe levensvatbare populatie.

Het enoge probleem is dat de gevangen hamsters zeer nauw aan elkaar verwant zijn inteelt is niet te voorkomen. Daarom wordt momenteel bekeken of er korenwolven uit het buitenland ingevoerd kunnen worden om deze inteelt zo veel mogelijk te voorkomen.

Zoals het er nu naar uitziet, worden de eerste gefokte korenwolven in het voorjaar van 2001 uitgezet op Limburgse akkers.

 
 

 

 
 
 

 

Minimumomvang hamsterpopulatie

Zoals bij alle knaagdiersoorten kunne hamsterpopulaties in omvang door de jaren heen sterk fluctueren. De achteruitgang van een aantal hamsters in Limburg is tot voor enkele jaren door enkele deskundigen gezien als een natuurlijke gang van zaken. Uit inventarisatie bleek echter dat het aantal hamsters bij voortdurend daalde. Het aantal is reeds enkele jaren bij lange na niet meer voldoende voor duurzaam behoud van het soort. Er is alle grond om aan te nemen, dat er in Limburg hooguit nog enkele zwervende exemplaren rondlopen. De soort is feitelijk uitgestorven.

Het instituut voor Bos- en Natuuronderzoek heeft veel kennis over de minimumomvang, die populaties van diersoorten nodig hebben, om duurzaam voort te bestaan. Op grond van deze kennis wordt in Nederland algemeen aangenomen dat een populatie hamsters minstens 200 dieren moet tellen. Bovendien dienen dieren uit verschillende populatiekernen met elkaar te kunnen uitwisselen.

Uit eigen waarneming weet Das&Boom, dat er in Tsjechië op sommige akkers wel 40 burchten per tien hectare zijn te vinden (400 burchten per vierkante kilometer)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     
Home
Onze hamsters
De verzorging van de hamster
De syrische hamster
De russische dwerghamster
De Gerbil
De dikstaart gerbil
Muizen
Te koop
Fotoboek
Evenementen
Korenwolf
Links
Gastenboek