
Uiterlijk
De korenwolf is een uniek knaagdier
met een krachtige bouw. Met zijn korte sterke poten is hij in staat
een tot 2,5 meter diep gangstelsel te graven. De korenwolf wordt 25
tot 30 centimeter groot (ongeveer zo groot als een cavia). Lengte
neus tot staart 18-27 centimeter, staartlengte 3-7 centimeter, met
een gewicht tot 500 gram.De
hamster heeft een oranjebruine vacht. Op zijn kop, hals en nek
zitten witte vlekken. De poten zijn wit. Kenmerkend is zijn zwarte
buik. Dit is opvallend, want bij de meeste hamstersoorten is de buik
lichter dan de rug. Hamsters in Oost-Europa hebben in de regel een
geheel zwarte buik. Hamsters in West-Europa hebben bijna allemaal,
zonder uitzondering, witte vlekken op de buik.
Het grootste deel van zijn leven
brengt de korenwolf onder de grond door. Zijn enigszins spitse kop
en snuit, wat iets aan een muis doet denken, is daarbij van groot
voordeel.Als het schemerig
of donker is, de tijd waarin de hamster op pad gaat, geeft de
kenmerkende en unieke zwarte buik de hamster beschutting tegen de
roofdieren van de nacht. Als hij namelijk rechtop staat, gaat hij op
in de nachtelijke achtergrond van zijn omgeving. Om te overleven
spelen bovendien zijn aangeboren wantrouwen en zijn -niet te
onderschatten- vaardigheid om zich te verweren een rol. Voelt hij
zich bedreigd, dan kan de hamster zeer agressief reageren.
Ondersoort
De korenwolf die in Nederland
voorkomt is een aparte ondersoort van de Europese veldhamster. Dit
heeft genetisch onderzoek uitgewezen.
Deze ondersoort komt van oorsprong
ook voor in een deel van België en Duitsland, in lossachtige streken
van Leuven bij Brussel tot aan de Rijn bij Keulen. Limburg ligt daar
precies middenin, waardoor de Limburgse provincie cruciaal is voor
de instandhouding van deze ondersoort.
Voedsel
In het gebied waar de korenwolf leeft
moet voldoende voedsel te vinden zijn. De hamster "hamstert" immers
grote wintervoorraden bij elkaar om te kunnen overleven iets waar
hij de hele zomer mee bezig is. Men heeft wel eens hamsterburchten
uitgegraven met 17 kilogram (en meer) voedsel. Gewoonlijk echter
verzamelt de korenwolf twee tot vijf kilo voedsel. Zijn wangzakken
bewijzen hem hierbij een grote dienst. Hierin brengt hij het
gevonden voedsel naar zijn burcht.
De wangzakken gebruikt de korenwolf
echter ook -en dat is opmerkelijk- om te zwemmen. Als hij een stroom
wil oversteken, blaast hij zijn wangzakken op met lucht om zichzelf
makkelijk drijvend te houden.
De korenwolf is een knaagdier dat
bijna alles eet, bij voorkeur plantaardig voedsel. Hij heeft een
gevarieerd menu nodig van graan, tarwe, rogge of haver, akkerkruiden
en wilde planten. Van jonge graanplanten eet de hamster de
ondergrondse delen en later de rijpe korrels. Hij klimt zelfs in
maïsplanten en zonnebloemen. Van akkerkruiden, zoals de klaproos, de
paardebloem, de melkdistel, de weegbree en het herderstasje eet hij
het malse groen, de wortels of de zaden. Ook lust hij bieten ,
aardappelen, fruit en noten.
Naast dit plantaardig voedsel eet de
hamster ook insecten, egenormen, kleine zoogdieren, kikkers en
slakken.
De Hamsterburcht
De korenwolf leeft in akkers en
steppes in een ondergrondse burcht, welke hij netjes en schoon
houdt. Opvallend is, dat geen enkele burcht gelijk is. Dit heeft te
maken met de leeftijd. Hoe ouder de hamster wordt, hoe groter en
ingewikkelder de burcht wordt.
De hamster graaft zijn burcht op
plekken waar hij geen grondwateroverlast verwacht.
Bouw
Bouw begint met een schuine looppijp.
langs deze pijp werkt de hamster alle vrijkomende grond naar buiten.
Rond de uitgang ontstaat zo een stortberg. Deze looppijp is echter
niet de standaard in- en uitgang voor dagelijks gebruik. De burcht
wordt daarna verder uitgebouwd met kamers en twee of drie
looppijpen.Ook graaft de
hamster van binnenuit, loodrecht omhoog, 1 of meer valpijpen, waar
deze, zoals de naam al aangeeft, zich laat vallen als er
bijvoorbeeld gevaar dreigt.
De uitgangen van de looppijpen en de
valpijpen zijn goed herkenbaar: ze zijn mooi rond met een doorsnede
van zes tot acht centimeter.
Een (of meer) van de kleinere
doodlopende zijgangen wordt door de hamster als toilet gebruikt.
De burcht heeft nest (wat de
vrouwtjes betreft)/slaap- en voorraadkamers. De slaapkamer wordt met
gras "gestoffeerd".De
kamers die de korenwolf inde lente, zomer en herfst gebruikt, liggen
op ongeveer dezelfde diepte. Tijdens de wintermaanden kan de hamster
in een dieper gelegen vorstvrij deel van de burcht wonen, waar zich
ook voorraadkamer(s) bevinden.
In Nederland ligt de burcht meestal
op een diepte van een halve tot een meter. In strengere winters net
als in Oost-Europa tot twee meter. In Nederland zijn gangstelsels
van ruim vijf meter lengte gevonden. In Oost-Europa zijn
gangstelsels van tientallen meters niet ongewoon.
De korenwolf leeft gewoonlijk alleen
in de burcht, omdat het een solitair levend dier is.
Territorium
Korenwolf verwijdert zich niet meer
dan enkel honderden meters van de burcht. Het territorium rondom de
burcht is slechts enkele tientallen vierkante meters groot. Daar
duldt hij geen indringers.
Winterslaap
In Nederland gaat de korenwolf in
oktober/november,als de temperatuur in de winterburcht een meter
diep onder de grond, beneden de tien graden daalt, in winterslaap.
Hartslag en ademhaling worden trager en zijn lichaamstemperatuur,
die normaal 32 graden is, daalt tot ongeveer die van de omgeving. De
pijpen van de burcht zijn van binnenuit dichtgestopt met aarde.
Een dag of vijf blijft de hamster zo
opgerold en verstijfd liggen. Dan wordt hij wakker om een hapje te
eten. In de winterburcht zijn voorraadkamers, waar de hamster wel
zes kilo granen, peulvruchten en andere zaden kan opslaan. Hij eet
wat van zijn voorraad doet zijn behoefte in de poepkamer, een van de
kleinere doodlopende zijgangen, en slaapt daarna weer verder. Zo
gaat het de hele winter door. Volwassen mannetjes gaan als eerste in
de winterslaap, dan de volwassen vrouwtjes en tot slot de jonge
dieren uit het laatste nest.
Alleen als het wat warmer wordt,
steekt de hamster soms even zijn snuit boven de grond. Het wachten
is nu op de lente. Eind maart/begin april, als de winterslaap
eindigt, bij een buitentemperatuur van vijf tot tien graden, gaat de
hamster"het"weer doen.
Ook
buiten de winter is de korenwolf een echte slaapkop: ongeveer 20 uur
per dag huist hij in zijn burcht. Alleen in de late avond of vroege
ochtend komt hij naar buiten om te eten.
Verspreiding
De korenwolf is van oorsprong een
dier van de steppe. In Oost-Europa komt het dier nog in grote
aantallen en dichtheden voor. Hoe meer naar het westen, hoe
gefragmenteerde de verspreiding en hoe lager de dichtheden. In
Duitsland, Oostrijk, de Benelux en Frankrijk leeft de hamster in
loss gebieden in van elkaar gescheiden populaties. Volgens
wetenschappers telt een duurzame hamsterpopulatie minimaal 200
dieren. Waarschijnlijk zijn alle West-Europese hamsterpopulaties
kleiner dan dit minimum.
De Korenwolf in Nederland
Van oudsher komt de hamster in
Nederland voor op leemhoudende gronden(loss), die bijna uitsluitend
te vinden zijn in Midden- en Zuid-Limburg. De hamster was in 1970
nog niet in zijn voortbestaan bedreigd. De stand was toen al jaren
in een neerwaartse trend.
Na 1970 echter raakte de soort
gaandeweg zeer veel leefgebied kwijt. Resterende leefgebieden gingen
in kwaliteit achteruit en raakten meer en meer van elkaar
geïsoleerd. Uit onderzoek blijkt dat de soort feitelijk uitgestorven
is. Een fokprogramma en de vorming van reservaten zijn de uiterste
middelen om de soort voor Nederland te behouden.
Historie van de verspreiding:
twee theorieënDe
gangbare theorie is dat de hamster in een koudere periode,zo'n vijf-
tot vierduizend jaar geleden, via Rusland naar het westen is
vertrokken. In die tijd vormde de Noord-Europese laagvlakte een
aaneengesloten steppe of toendra. Ook in Engeland, toen nog geen
eiland, hebben onderzoekers botten van hamsters gevonden.
Later werd het klimaat warmer en de
Noord-Europese laagvlakte raakte bebost. De hamster zou hebben
overleefd in de akkers van de eerste landbouwers op vruchtbare loss
bodems. Historisch gezien is dit niet onmogelijk.
Een andere theorie stelt dat tijdens
het opwarmen van het klimaat, duizend jaren geleden, West-Europa
bebost raakte en de hamster er verdween. Vervolgens is de hamster
eerst hooguit eeuwen geleden, maar hoogstwaarschijnlijk in de 19de
eeuw weer in West-Europa beland. Het dier kan met graantransporten
of anderszins meegevoerd zijn. Her en der vond het dier in
West-Europa een geschikte cultuursteppe (vooral dus kruidenrijke
graanakkers op loss bodems) waar het goed toeven was.
Deze laatste theorie valt te
ondersteunen met historische documenten. Van veel diersoorten wordt
in historische geschriften melding gemaakt, zeker als deze soorten
plagen veroorzaken, een gevaar voor de mensen vormen of nuttig zijn.
Verspreiding in Nederland
Rond 1970 was de hamster in aantal en
verspreiding al geleidelijk achteruitgegaan; de soort was toen
evenwel niet acuut in zijn voortbestaan bedreigd.
In 1994 constateren onderzoekers dat
tussen 1970 en 1993 een sterke achteruitgang plaatsvond, zowel in
verspreiding als in dichtheid. Het aantal hamsterburchten is in 1994
minder dan 100. In bijna de helft van de kilometerhokken (en
kilometerhok is gelijk aan 100 hectare) treffen zij slechts een
enkele hamsterburcht aan. De resterende hamsters zijn verspreid over
meerdere locaties, die geisoleerd van elkaar liggen.
Er is op dat moment totaal geen
sprake meer van enige populatie van 200 of meer hamsters. Het aantal
van 200 per populatie is volgens wetenschappers minimaal nodig om
duurzaam voortbestaan te garanderen.
In de periode 1994-1997 is de toch al
schamele hamsterstand verder gedaald. In 1994 waren er nog 17
verspreid liggende restpopulaties. In 1998 worden op nog slechts
vier verschillende plekken in Limburg hamsters geconstateerd. Het
gaat daarbij om slechts enkele burchten.
Das&Boom monitorde sinds enkele jaren
de restpopulatie nabij Heer (ten westen van Maastricht. Eind 1998
kon daar nog maar van vijf burchten worden vastgesteld dat er
hamsters in winterslaap gingen. In het voorjaar van 1999 kwamen de
hamsters bij Heer uit hun winterslaap. Twee van de vijf burchten
bleken al snel onbewoond; wat er met deze dieren was, was op dat
moment onbekeken. En hamster werd door een Das&Boom-medewerker
overdag in het veld gewond -wellicht door een hond gegrepen?-
aangetroffen. De akkers vormen namelijk een favoriete honden
uitlaatplaats. Das&Boom kreeg toestemming voor het vangen en
opvangen van de drie korenwolven uit Heer.
De overheid bleek een aantal boeren
in Midden-Limburg financieel tegemoet te komen voor vermeende
hamsterburchten. Das&Boom stelde namelijk vast, dat het om holen van
woelratten ging. Van enige aanwezigheid van hamsters was in
Midden-Limburg geen spoor.
In de nazomer van 1999 vindt er
wederom een grote inventarisatie plaats. Uiteindelijk vindt men
slechts 23 hamsterburchten, te weten op de locaties Heer(13) Amby(9)
en Ubachsberg-zuid(1). De overheid verzuimt de burchten bij
Ubachs-zuid en de burchten bij Amby krachtdadig veilig e stellen.
Binnen twee weken na de vondst blijken de burchten omgeploegd en
vindt er nadien geen herstel door hamster meer plaats.
De burchten nabij Heer liggen bijna
allemaal in percelen die hamstervriendelijk worden beheerd door de
Waterleiding Maatschappij Limburg en door enkele boeren.
Met vergunning van de overheid en
instemming van de collega-organisaties Natuurmonumenten,
Natuur&Milieu en Milieudefensie, vangt Das&Boom de overige hamsters
bij Heer.In totaal zijn er
1999 dus 15 hamsters gevangen. Uitgebreid onderzoek door de Britse
deskundige M.Jordan (oktober 1999) wijst uit dat al deze dieren
hoogstwaarschijnlijk nauw aan elkaar verwant zijn, gezien de
uiterlijke tekenen van inteelt en de leeftijdsopbouw. Jordan neemt
haarmonster voor diepgaand genetisch onderzoek.
Waarschijnlijk hebben de twee dieren,
die in het voorjaar niet werden gevonden, twee nesten geworpen. De
jongen van het tweede nest waren in een zodanige conditie, dat zij
volgens Jordan in het wild niet de winter zouden overleven. De
overlevingskansen in gevangenschap slaan Jordan en andere deskundige
veel hoger aan. Jordan fokt sinds jaren zelf hamsters, met veel
succes. Bovendien is hij lid van de Internationale Union for the
Conservation of Nature and Naturel Resources(IUCN).
De IUCN heeft regels opgesteld voor
fokprogramma's en herintroductie van dieren in het wild.
Van de gevangen hamsters blijkt er
een oud en ziek; het dier komt te overlijden. In het najaar van 1999
gaan 14 hamsters in gevangenschap in winterslaap.
Het is nog onbekend of er nog een of
enkele hamster in Limburg in het wild voorkomen.
Bedreigingen in Europa
In vrijwel alle Europese landen staat
de hamsterpopulatie onder min of meer grote druk. In West-Europese
landen is een groot aantal hamsterpopulaties inmiddels uitgestorven.
De resterende populaties zijn vrijwel zonder uitzondering te klein
om duurzaam te kunnen voortbestaan. De oorzaken liggen in eerste
instantie vooral in de moderne agrarische bedrijfsvoering met hun
nieuwe landbouwtechnieken (zware machines, diep ploegen en
onkruidverdelgers). Voor kleine hamsterpopulaties (of
relictpopulaties) kunnen planologische ontwikkelingen of andere
lokale factoren, die de oorspronkelijke leefgebieden vernietigen,
desastreus zijn.
Oorzaken achteruitgang
Wat bedreigt de hamster in zijn
voortbestaan?*de
veranderende landbouw
In grote lijnen zijn de deskundigen
het wel eens. De oorzaken liggen in de veranderende landbouw.
Vroeger groeiden er tussen het graan en andere gewassen vele
akkeronkruiden. En bij de oogst bleef er een massa graankorrels
achter. Tegenwoordig vernietigen bestrijdingsmiddelen alles wat een
maximale opbrengst in de weg staat. En tijdens de oogst blijft er
niets meer achter.Vroeger
gebruikte de boer een paard met een lichte ploeg; de oogst ging met
de zeis of later , met een simpele machine. De moderne tractoren met
diepe ploegen, de enorme combines en zware vrachtwagens beschadigen
de hamsterburchten. Zeker diepploegen (40 centimeter o meer) kan een
hele burcht met zijn bewoner vernietigen. Als er nog maar zo weinig
burchten zijn als in Nederland, Duitsland of België, is elke
beschadiging, verontrusting of vernietiging er een te veel.
Vroeger waren de landbouwkavels
gemiddeld kleiner. De hamsters vonden meestal op korte, makkelijk
beloopbare afstand verschillend gewassen, zoals stoppelknollen,
lucerne, graansoorten,klaver, aardappelen, enzovoorts. Bovendien
waren er het hele jaar door gewassen, akkeronkruiden, bermen en
akkerranden die dekking boden.
Tegenwoordig ijn de kavels veel
groter en worden er minder verschillende gewassen verbouwd.
Sommigen veronderstellen dat
specifieke landbouwgiffen negatief uitwerken op de vruchtbaarheid
van de hamster.
*planologische en andere lokale oorzaken
Zeker in de dichtbevolkte en zeer
welvarende West-Europese landen is in de afgelopen decennia veel
hamsterleefgebied verloren gegaan. Huizenbouw, aanleg van
industrieterreinen, dag- en mijnbouw, ontgrondingen, wegen en
verkeer legden daar beslag op

Zeker als een hamsterpopulatie
teruggebracht is tot een kleine aantal in een zeer beperkt gebied,
worden andere dan landbouwkundige oorzaken zwaarwegend. Zo is nabij
Gottingen het relict van een hamsterpopulatie bedreigd door de bouw
van een laboratorium; het kleine leefgebied(circa 20 vierkante
kilometer) van de laatste Franse restpopulatie, nabij Straatburg,
lijdt onder voortdurende verstedelijking en her is zeer versnipperd
door wegen. bovendien staan de resterende hamsters bloot aan
moedwillige verstoring en vernietiging: in Nordrhein-Westfalen is
zeer veel hamsterleefgebied reeds verloren gegaan aan
verstedelijking en door de immense bruinkoolwinning. Op dit moment
wordt er in de Kreis Heinsberg een veronderstelde laatste
restpopulatie bedreigd door de aanleg van een weg.
*het ontbreken van hamsterbeschermend
beleid
Het jarenlang ontbreken van
daadwerkelijk hamsterbeschermend beleid is dus ook een grote
oorzaak. Reeds vele jaren geleden gesloten internationale
natuurbeschermingsverdragen hebben niet geleid tot krachtdadig
beleid.De Nederlandse
overheid (onwil) laat zich aan de hamster (en andere bedreigde
diersoorten) weinig gelegen liggen. Dit is ook te zien in België en
Duitsland. Terwijl in Nederland Das&Boom met een fokprogramma
probeert de korenwolf van de ondergang te redden, zijn de
overheidsinstanties van onze oosters- en zuiderburen nog aan het
tellen! Dit heeft tot nu niet veel meer dan 10 tot 20 burchten
hamsters opgeleverd. En dat terwijl de landbouwtechnieken in onze
buurlanden het zelfde zijn als in Nederland. Ze kunne op hun vingers
natellen dat het ook daar bijna gedaan is met de korenwolf. De
Belgische en Duitse overheden hebben het Nederlands ministerie van
Natuurbeheer inmiddels laten weten niet mee te willen doen aan een
fokprogramma. Van enig doortastend optreden is in beide landen dus
niets te merken. Ze riskeren, net als Nederland, een berisping van
de Europese commissie.
In meerder West-Europese landen zien
natuurbeschermers zich genoodzaakt tot verzet tegen lokale
aantastingen om te voorkomen dat de soort definitief uitsterft. Dit
verzet stuit vaak op onbegrip in de publieke opinie. De pers besteed
alleen aandacht aan de actuele incidenten. De achterliggende
oorzaken blijven onderbelicht.
Voortplanting
Voortplanting in het wild
De korenwolf plant zich voort van
april tot augustus. Voor het mannetje duurt deze bronstijd de gehele
zomer.
Vanaf begin april komt het
mannetjeshamster het territorium van de vrouwtjeshamster binnen om
zijn geurvlaggen af te zetten rond de burcht van het vrouwtje. Vaak
is hij in hevige gevechten met andere mannetje(s) verwikkeld
(geweest) om het vrouwtje. Dan gaat hij de burcht van het vrouwtje
binnen. Hier moet hij echter voorzichtig te werk gaan: hij moet haar
verhinderen te vluchten, haar agressie beteugelen en haar begeerte
opwekken. Dit kost veel tijd, veel gesnuffel, voorzichtig
snuitgeduw, vele malen loos alarm en allerlei schijnbewegingen.
Uiteindelijk begint het mannetje te snuiven en met zijn tanden te
knarsen, wat soms door het vrouwtje beantwoord wordt.
Als het vrouwtje paringsbereid is kan
de paring plaatsvinden. Dit gebeurt binnen de burcht. Na een of twee
dagen keert het mannetje weer terug naar zijn eigen burcht (hij
wordt door het vrouwtje de deur uitgezet). De Korenwolf leeft immers
solitair en alleen tijdens het paren zijn een mannetje en vrouwtje
samen. In alle andere gevallen zal het vrouwtje het mannetje niet
lang in haar burcht accepteren.
Na een draagtijd van 18 tot 21 dagen,
worden de jongen geboren. Ze zijn blind en naakt en volledig
aangewezen op de moeder. Aangezien ze echter maar acht tepels heeft,
worden de overige jongen opgegeten,als de melkproductie te gering
is, voordat ze verhongeren. De jongen wegen zes tot 10 gram en
worden bij gevaar door de moeder in haar wangzakken in veiligheid
gebracht.Naarmate ze ouder
worden knabbelen de nog blinde hamsterjongen na een week al aan het
(groen)voer dat de moeder in de burcht heeft gebracht. Na twee weken
zijn ze dicht behaard en gaan de oogjes open. Na drie tot vier weken
worden de jongen gespeend ( de moeder jaagt de jongen de burcht uit)
en verlaten ze de bouw. Ze zijn dan zo groot als een veldmuis en
geheel op zichzelf aangewezen. Als ze acht tot twaalf weken zijn,
zijn de jongen volgroeid.
Het vrouwtje is na twee tot drie
maanden geslachtsrijp; het mannetje na twee maanden. Pas na hun
eerste winter zullen ze zich in de regel pas echt voortplanten.
Het vrouwtje heeft 2 tot 5 worpen per
jaar met ongeveer 4 tot 16 jongen.
De jongen uit de tweede en overige
worpen maken echter minder tot geen kans, afhankelijk van de tijd
waarop ze de burcht van de moeder verlaten, om te overleven.
Dit heeft te maken met de oogsttijd.
Het is mogelijk dat het vrouwtje vlak
na de geboorte van haar jongen weer zwanger wordt. De draagtijd
loopt dan op tot 37dagen
Voortplanting in gevangenschap
Das&Boom is erin geslaagd de
korenwolven met succes voort te planten. De angst bestond dat de
hamsters niet succesvol konden paren door hun nauwe onderlinge
verwantschap. Deze angst bleek ongegrond. Op maandagavond 29 mei
2000 is de eerste korenwolf bevallen. Inmiddels zijn er 34 jong
korenwolfjes geboren (stand 6 september 2000)
Een weergave van het verslag:
Hiervoor zijn er speciale
"fokkratten" gemaakt. Tussen elke twee kratten loopt een pijpje dat
afsluitbaar is. In de ene krat woont een mannetjeshamster en in de
andere krat woont een vrouwtjeshamster. Allebei in een omgekeerde
bloempot. Om de vier dagen is her vrouwtje loops. En dat zie je aan
het gedrag van de dieren: het mannetje wordt niet weggejaagd door
het vrouwtje."s Nachts
wordt het pijpje geopend en kunnen de dieren bij elkaar komen
(hamsters zijn immers nachtdieren). Dan rennen de hamsters veel
achter elkaar aan. Meestal rent het mannetje achter het vrouwtje
aan, maar soms ook andersom als het mannetje het laat afweten.
Krijgt het vrouwtje echt zin, dan
gaat ze wat langzamer lopen. Het mannetje klimt dan met zijn
voorpootjes op haar rug. Dat wil niet zeggen dat het vrouwtje dan
blijft stilstaan. Een polonaise is her gevolg. Als het vrouwtje
uiteindelijk stil staat vindt de echte paring plaats. Het mannetje
klimt helemaal op haar rug, waardoor ze door hun ronde vorm soms
samen omvallen. Maar na een paar keer oefenen gaat het toch wel een
keer goed.Na de paring
wassen ze zich allebei uitvoerig. Als ze elkaar wassen, dan vinden
ze elkaar echt aardig! Hierna gaan ze stoeien, spelen en samen
slapen. Na deze nacht worden de dieren weer gescheiden. De kans is
immers groot, dat het vrouwtje na de paring het mannetje niet meer
accepteert en doodbijt.
Na vier dagen begint de boel weer van
voor af aan, totdat het vrouwtje niet meer loops wordt. Dat is te
merken als, na het openen van het verbindingspijpje, het vrouwtje
het mannetje absoluut niet meer accepteert. Ze begint te blazen en
met haar tanden te klapperen. Sommige mannetjes laten zich niet zo
makkelijk afschrikken en dringen toch de bloempot binnen. En dan is
het vechten geblazen. Een koude douche met de plantenspuit is
meestal voldoende om ze te doen stoppen met vechten.
Als een vrouwtje niet meer loops
wordt, dan is de kans groot dat ze zwanger is. Ze wordt dan apart in
een "kraamkrat" gezet. Daarin ligt veel hooi, waarmee het vrouwtje
een nest kan maken. Op de achttiende dag na de bevruchting wordt er
een microfoon boven de krat gehangen. Hamstermoeders mogen namelijk
niet gestoord worden.
Als de eerste piepjes gehoord worden,
dan is de paring echt en succes geweest.
Het fokprogramma loopt tot eind juli.
Da paartijd van de hamster is namelijk eind juli afgelopen. Het
aantal jongen dat tot nu geboren is, is voldoende om het
fokprogramma voort te zetten. Ook vormen deze jongen het begin van
een nieuwe levensvatbare populatie.
Het enoge probleem is dat de gevangen
hamsters zeer nauw aan elkaar verwant zijn inteelt is niet te
voorkomen. Daarom wordt momenteel bekeken of er korenwolven uit het
buitenland ingevoerd kunnen worden om deze inteelt zo veel mogelijk
te voorkomen.Zoals het er
nu naar uitziet, worden de eerste gefokte korenwolven in het
voorjaar van 2001 uitgezet op Limburgse akkers.
Minimumomvang
hamsterpopulatie
Zoals bij alle knaagdiersoorten kunne hamsterpopulaties in omvang
door de jaren heen sterk fluctueren. De achteruitgang van een aantal
hamsters in Limburg is tot voor enkele jaren door enkele deskundigen
gezien als een natuurlijke gang van zaken. Uit inventarisatie bleek
echter dat het aantal hamsters bij voortdurend daalde. Het aantal is
reeds enkele jaren bij lange na niet meer voldoende voor duurzaam
behoud van het soort. Er is alle grond om aan te nemen, dat er in
Limburg hooguit nog enkele zwervende exemplaren rondlopen. De soort
is feitelijk uitgestorven.
Het instituut voor Bos- en
Natuuronderzoek heeft veel kennis over de minimumomvang, die
populaties van diersoorten nodig hebben, om duurzaam voort te
bestaan. Op grond van deze kennis wordt in Nederland algemeen
aangenomen dat een populatie hamsters minstens 200 dieren moet
tellen. Bovendien dienen dieren uit verschillende populatiekernen
met elkaar te kunnen uitwisselen.
Uit eigen waarneming weet Das&Boom, dat er in
Tsjechië op sommige akkers wel 40 burchten per tien hectare zijn te
vinden (400 burchten per vierkante kilometer)